DE WEEKDIEREN (Mollusca).

Voor een nadere kennismaking met de Weekdieren zijn wij allen reeds eenigermate voorbereiddoor vroegere ervaringen. Een der eerste verkenningen op dit terrein heeft ons geleidtot het besef, dat een Slak en een Mossel nagenoeg in dezelfde richting afwijken vande Gewervelde en de Gelede Dieren; deze overtuiging hebben wij uitgesproken door aanbeide den naam van „Weekdieren” te geven. Tot het erkennen van de noodzakelijkheidom deze dieren samen te voegen zijn wij gekomen, hoewel wij aan de Slak een kop metvoelers en oogen opmerkten en deze bij de Mossel te vergeefs hebben gezocht. Ook overhet verschil tusschen de Mosselschelp en het Slakkenhuis zijn wij heengestapt; zelfsaarzelden wij niet de naakte Kelderslak en de Huisjesslak als nauw verwante vormente beschouwen en (met de Mossel) [677]door één naam aan te duiden. Dat deze en vele andere dieren werkelijk een in ’t oogvallendkarakter dragen, bleek duidelijk bij een bezoek aan het zeestrand en aan een visschersplaats:de talrijke vormen, die wij hier voor ’t eerst aanschouwden, werden, ondanks hun verscheidenheid,in den regel als Weekdieren herkend, niet met Gewervelde of met Gelede Dieren, meestalzelfs niet met Wormen verward. Deze karaktertrekken moeten wij nu trachten op te sporen.

Hoewel men aan vele Weekdieren een kop en een romp kan onderscheiden, maakt toch hunlichaam algemeen den indruk van plomper, onbehouwener te zijn dan dat der vroegerbehandelde dieren; het vertoont geen spoor van de geleding, die bij de Arthropodenzoo duidelijk op den voorgrond treedt en die ook den geheelen lichaamsbouw der GewerveldeDieren beheerscht. De niet aan veranderingen onderhevige vorm, dien de GewerveldeDieren aan hun inwendig geraamte, de Gelede Dieren aan het harde bekleedsel van dehuid danken, wordt bij de Weekdieren gemist. De eenvoudiger gebouwde Wormen vormenden overgang. De tegenwerping, dat de schelp den vorm van de Mossel, het huisje dienvan de Slak bepaalt, zal bij nader onderzoek ongegrond blijken, daar de beide huisjeseigenlijk niet veel van „huisjes”, van woningen, verschillen. Zij zijn wel is waargevormd door het lichaam, maar hangen er zoo los mede samen, dat zij in geen vergelijkingkunnen komen met het inwendig of uitwendig skelet. Deze zijn in den volsten zin vanhet woord deelen van het organisme. De beenderen nemen deel aan de stofwisseling:zij worden aanhoudend gevoed en vernieuwd. De Kever kan niet verwijderd worden uitzijn huidskelet; als het pantser van den Kreeft niet meer door levende deelen methet dier verbonden is, valt het af om door een nieuw pantser vervangen te worden.Deze innige samenhang bestaat niet tusschen het Weekdier en zijn „huis”; de schelpis een uitscheidingsproduct, dat wel is waar dikker wordt door aanvoeging van nieuwelagen, een grootere uitgebreidheid verkrijgt door toevoeging van bestanddeelen aande vrije randen en ook zelfs, als het beschadigd is, een gebrekkige reparatie ondergaat,maar slechts in een enkel punt, of op een gering aantal plaatsen, werkelijk met hetdier in verband staat, en niet aan de stofwisseling deelneemt, kortom een doode massais. Een Slak kan men uit zijn huisje lichten na het doorsnijden

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!